Het bloed- bloedarchief

Officiele kritiek

De kennis-geving van het RIVM

Welk doel dient het?

Zonder toe- stemming

Persoons-gegevens niet veilig

Onderzoek niet openbaar

Toch nog bewaar-
termijn
vastgesteld

Over de 1,4 miljoen samples
hielprikbloed
bij het RIVM

Klachten over prik en vernietigings-verzoeken en afhandeling van klachten
Conclusie
en samenvatting van de zaak


Minister Borst erkent dat het bloedarchief RIVM onwettig tot stand is gekomen, maar onderneemt geen actie.

U kunt het bloed van uw kind uit het bloedarchief laten verwijderen dat behoort tot uw rechten

Home

Big Brother Awards Netherlands
Het RIVM heeft op 15 februari 2002 een Big Brother Award gekregen voor het opslaan van 1,4 miljoen samples met hielprikbloed. Het kinderbloed is zonder medeweten van de ouders opgeslagen en wordt gebruikt voor onderzoeksdoeleinden waarover het RIVM ook na herhaalde verzoeken geen volledige openheid van zaken wil geven. Het RIVM kreeg de prijs wegens grootschalige schending van de privacy.

Het Bloedarchief bij het RIVM

 

Zonder dat ouders en politiek
ervan op de hoogte werden gesteld
had het RIVM in 2000 het bloed van
1,4 miljoen kinderen opgeslagen.
Het werd gebruikt voor onderzoek.

Van ieder kind dat sinds 1994 in Nederland is geboren, ligt bloed opgeslagen bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dit bloed is via de zogenaamde hielprik verkregen. Zonder toestemming van de ouders wordt dit bloed voor langere tijd opgeslagen en wordt op dit bloed medisch onderzoek verricht. Er bestaat geen protocol waarin is vastgelegd waar het bloed al dan niet voor mag worden gebruikt.
Stichting LMI is op zich voorstander van screening op stofwisselingsziekten via de hielprik, maar verzet zich tegen de gang van zaken rond het bloedarchief. H
et RIVM heeft op dit moment nog 1 miljoen bloedsamples van kinderen die de afgelopen vijf jaar in Nederland zijn geboren. De meeste bloedsamples zijn op een onrechtmatige wijze verkregen. De ouders weten niet dat het bloed is opgeslagen en wordt gebruikt voor onderzoek op stofwisselingsziekten die bij jonge kinderen dodelijk kunnen zijn. Het is niet precies duidelijk welk onderzoeken nog meer op het bloed worden verricht. Ook is niet duidelijk wie toegang heeft tot het bloedarchief. Zeker is dat universitaire onderzoekers toegang hebben, maar onduidelijk is of ook onderzoekers van bedrijven het bloed kunnen gebruiken. Ook nu nog wordt op onrechtmatige wijze bloed vergaard voor het bloedarchief van dit rijksinstituut. Kinderen die in ziekenhuizen worden geboren worden doorgaans geprikt zonder dat de ouders hierbij aanwezig zijn. De ouders hebben daardoor geen kans om bezwaar te maken tegen opslag.

De voorgeschiedenis

Bij de Enschederamp werd het bestaan
van het bloedarchief bekend. Er volgde
Kamervragen en een rapport van
de Registratiekamer

Sinds 19 mei 2000 is duidelijk dat het RIVM bloed van jonge kinderen van zo'n 1,4 miljoen kinderen bewaart. miljoen kinderen bewaart. Trouw meldde die dag dat kinderen die waren overleden bij de vuurwerkramp in Enschede te identificeren waren aan de hand van dna-profielen die uit het bloed te halen zijn. In de dagen erna verschenen er kritische berichten in de dagbladen over het tot dan toe niet bekende bloedarchief. Kamervragen van parlementariërs Hermann, De Wit, Arib & Wagenaaren Terpstra (te lezen met de gratis downloadbare acrobatreader) leidden ertoe dat de Registratiekamer de opdracht kreeg om te onderzoeken of met de bloedopslag de Wet Persoonsregistratie is overtreden. In de schriftelijke beantwoording van de Kamervragen liet Minister Borst-Eilers intussen al weten dat volgens haar 'niet conform de algemene en specifieke eisen van de Nederlandse wet' is gehandeld.

Het rapport van de Registratiekamer 

Het rapport van de Registratiekamer
was kritisch, maar verbood de opslag niet.
Dat kwam omdat de Registratiekamer alleen
over de bewaking van de wet persoonsregistraties gaat

Op 23 augustus 2000 verscheen het rapport van de Registratiekamer. Dit instituut, dat waakt over de opslag van persoonsgegevens, bekeek het archief tegen de achtergrond van de wet persoonsregistraties. Vanuit die optiek heeft de Registratiekamer heeft geadviseerd om het bloedarchief in stand te houden, zij het onder strikte voorwaarden. Zo diende de controle op het archief te worden versterkt, moest er een maximale bewaartijd worden vastgesteld, en behoefde de voorlichting aan de ouders over de opslag verbetering. Ouders moesten de mogelijkheid krijgen het bloed van hun kinderen uit het archief te verwijderen. De Registratiekamer drong ook aan op nieuwe wetgeving waarin zou worden vastgelegd in hoeverre lichaamsmateriaal een drager is van persoonsgegevens. De Registratiekamer raadde aan om bloed te beschouwen als 'bron van persoonsgegevens'. 'In het aanwezige celmateriaal liggen in beginsel alle erfelijke eigenschappen van een individu besloten. (..) Het RIVM is uiteraard ook in staat om daaruit bepaalde gegevens te verkrijgen.'
Het rapport constateerde tot slot dat een tiental medische onderzoeken, met name door klinisch genetici, op het bloed heeft plaatsgevonden. In het vervolg zouden de ouders de mogelijkheid moeten krijgen om bij het afnemen van het bloed via de hielprik bezwaar te maken tegen opslag en gebruik van het bloed. De folders met informatie over de hielprik zouden op dat punt moeten worden aangepast, iets wat intussen gebeurd is.

De kennisgeving in de dagbladen

Op initiatief van minister Borst verscheen
er een kennisgeving in de krant.
Dat wil zeggen in sommige kranten.
En alleen in het Nederlands

Mede naar aanleiding van het kritische rapport van de Registratiekamer is er in september een 'kennisgeving' van het RIVM, de Entadministraties en de LBC's in enkele landelijke dagbladen verschenen. In de kennisgeving wordt gewezen op het bestaan van het bloedarchief. Onderaan de tekst staat een zin over de mogelijkheid om een schriftelijk verzoek in te dienen om het bloed van het eigen kind te laten vernietigen. De kennisgeving verscheen niet in alle dagbladen en is bovendien alleen in het Nederlands opgesteld. Uit onderzoek van www.babyopkomst.nl blijkt dat het merendeel van ouders nog latijd niet op de hoogte is van het bestaan van de bloedbank. Stichting LMI vindt dat de 'kennisgeving' niet toereikend is. Het zou beter zijn als alle ouders in een persoonlijk schrijven op de hoogte worden gebracht van de bloedbank en van het gebruik dat van het bloed is en wordt gemaakt. Het is de omgekeerde wereld dat de ouders het initiatief moeten nemen om lichaamsmateriaal, dat onrechtmatig wordt gebruikt voor medisch onderzoek, te laten verwijderen uit het bloedarchief. Het zou beter zijn alle bloed te vernietigen waarvoor geen schriftelijke toestemming is gegeven.

Lees ook de reactie van Stichting LMI op de kennisgeving

Welk doel dient dit archief met kinderbloed?

Bij het langdurig bewaren van
het bloed spelen andere dan strikt
medische motieven een rol.

De Registratiekamer meldt: 'In eerste instantie wordt het bloed op de filtreerpapiertjes bewaard om in geval van twijfel over de correctheid van de screeningsuitslag het onderzoek te kunnen herhalen. Dit komt een enkele keer per jaar voor en meestal in het eerste levensjaar.' De Registratiekamer stelt dat twijfel over de uitslag zeer sporadisch voorkomt en met name in het eerste jaar na de hielprik. Het afgenomen bloed werd tot nu echter veel langer dan 1 jaar opgeslagen. Volgens de Registratiekamer gebeurde dit op verzoek van 'klinisch genetici, kinderartsen en wetenschappelijk onderzoekers'. Langdurige opslag maakt het mogelijk om ander wetenschappelijk onderzoek te verrichten.
Stichting LMI stelt dat deze onderzoeken niet in overstemming zijn geweest met het doel waarvoor de ouders (en kind) het bloed afstaan.

Bezwaarregeling of toestemmingsregeling

Het opslaan van bloed zonder dat
de (ouders van de) donoren hiervan
op de hoogte zijn, is in strijd met de wet.

Noch voor de bloedopslag, noch voor het medisch onderzoek op dit bloed is toestemming gegeven door de ouders. Artikel 467 ex. Burgerlijk Wetboek (boek 7 titel 7 afdeling 5) meldt: 'Van het lichaam afgescheiden anonieme stoffen en delen kunnen worden gebruikt voor medische statistische of ander medisch wetenschappelijk onderzoek voor zover de patiënt van wie het lichaamsmateriaal afkomstig is, geen bezwaar heeft gemaakt tegen zodanig onderzoek en het onderzoek met de vereiste zorgvuldigheid wordt verricht.' Ouders en/of verzorgenden moeten dus de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken. De Wet persoonsregistraties gaat nog een stap verder. Minister Borst heeft bij de beantwoording van Kamervragen laten weten dat op grond van deze wet 'toestemming' van de ouders vereist is als het lichaamsmateriaal is te herleiden tot een specifiek persoon.
Stichting LMI vindt dat ouders/verzorgers alsnog persoonlijk geïnformeerd moeten worden over het bloedarchief, waarbij voor verdere opslag alsnog toestemming moet worden gevraagd.

Herleidbare persoonsgegevens

Bloed is een bron van persoonsgegevens.
Het RIVM heeft de mogelijkheid een deel
van deze gegevens te koppelen aan naam,
adres en woonplaats van de donor.

De Wet persoonsregistraties stelt strikte eisen aan de opslag van het materiaal en de persoonsgegevens, met name als er sprake is van het genereren van persoonsgegevens. Omdat het mogelijk bleek aan de hand van het bloedarchief kinderen te identificeren bij de Enschederamp, is duidelijk dat koppeling van (een deel van) het bloed aan de persoonsgegevens niet erg ingewikkeld is. Het RIVM heeft, zo blijkt uit het onderzoek van de Registratiekamer, de persoonsgegevens van de kinderen uit de provincies Utrecht en Gelderland in handen.

Het RIVM laat ons weten dat voor zover onderzoek is verricht met tot personen herleidbare resultaten de ouders hierover altijd vooraf zijn geconsulteerd. Feit blijft echter dat de controle op het onderzoek volgens de Registratiekamer onvoldoende is, terwijl de mogelijkheid bestaat in bepaalde gevallen persoonsgegevens uit het bloed af te leiden.

Openheid van zaken 

De betrokken instanties weigerden
lange tijd een schriftelijk overzicht te
geven van het onderzoek dat op het bloed
was verricht. Inmiddels heeft de minister
daar verandering in gebracht. Er bestaat echter
nog altijd geen onderzoeksprotocol

De opslag en het onderzoek vallen onder de verantwoordelijkheid van de 'Landelijke Begeleidingscommissie' van de Landelijke Vereniging Kindergeneeskunde. In de commissie zitten onder meer het RIVM, de Entadministraties, het Ministerie van Volksgezondheid, de Landelijke Huisartsenvereniging, het College van zorgverzekeringen, de GG & GD's, TNO-preventie en de Ziekenfondsraad.
Via de Registratiekamer is duidelijk geworden dat er onder verantwoordelijkheid van deze Landelijke Begeleidingscommisse onderzoek is verricht door klinisch genetici en kinderartsen. In de bepaalde gevallen gaat het om onderzoek naar de doodsoorzaak van specifieke kinderen. Kinderartsen kunnen via de bloedopslag achterhalen of de ziekte bij de geboorte al aanwezig was. Uit de antwoorden van Minister Borst op Kamervragen is verder duidelijk geworden dat er met name onderzoek is verricht naar de aanwezigheid van nieuw ontdekte stofwisselingsziekten.
Omdat er geen onderzoeksprotocol bestaat voor het bloedarchief, is niet duidelijk voor welke onderzoeksdoeleinden het bloed in de toekomst gebruikt kan worden. LMI vindt dat hierover alsnog duidelijkheid moet komen. Het heeft aangedrongen op het opstellen van een onderzoeksprotocol.

Het informeren van ouders/verzorgenden

Ouders krijgen, ook in de nieuwe regeling,
onvoldoende informatie om te kunnen afwegen of zij
het bloed al dan niet zullen afstaan voor onderzoek

LMI constateert dat, nu het advies van de Registratiekamer is overgenomen, ouders op een kwetsbaar moment (net na een geboorte) worden lastiggevallen met de vraag of zij al dan niet bezwaar hebben tegen opslag en verder onderzoek op het bloed. Ouders hebben op dat moment noch de tijd, noch de behoefte om zich in deze materie te verdiepen. Bovendien blijken de artsen en verplegers die de hielprik afnemen niet op de hoogte van de precieze aard van het onderzoek, waardoor de voorlichting vaag blijft. Het zou beter zijn om bloed voor wetenschappelijk onderzoek op een ander manier en op een ander moment te verwerven.

Toch nog een bewaartermijn vastgesteld

Op aandringen van de Kamer en de Registratiekamer heeft minister Borst een bewaartermijn vastgesteld voor het lichaamsmateriaal in het bloedarchief. Alle bloed ouder dan vijf jaar wordt vernietigd.
LMI maakt zich met name zorgen over het bloed uit de periode 1995-2000. Dit bloed is namelijk opgeslagen en gebruikt zonder toestemming van de ouders. Minister Borst ziet geen reden om deze ouders alsnog via een brief op de hoogte te stellen van het bloedarchief omdat hieraan volgens haar te hoge kosten zijn verbonden (ca. 1 miljoen gulden). Ook voelt zij niet voor een vernietiging van het bloed omdat dit lopend onderzoek zou schaden.
LMI is van mening dat de wet is overtreden en dat de misstappen rechtgezet moeten worden. De ouders moeten alsnog worden geïnformeerd, of het bloed uit deze periode moet alsnog worden vernietigd.

Klachten over afhandeling vernietigingsverzoek

Ouders kunnen bij het RIVM een verzoek doen om om het bloed van hun kind te verwijderen of te laten retourneren. Bij de Stichting LMI zijn een aantal klachten binnengekomen over trage afhandeling van deze verzoeken. In sommige gevallen duurt het een half jaar. Het RIVM wijt de trage afhandeling aan de Entadministraties die een registratienummer moeten opzoeken. Dit duurt soms lang.

Klachten over het prikken

Klachten zijn er ook over de manier waarop de hielprik wordt afgenomen. Sinds kort moet aan de ouders worden gevraagd of zij bezwaar maken tegen nader gebruik van het bloed van hun kind voor andere medische doelen. De praktijk leert dat men deze vraag niet altijd stelt. In de ziekenhuizen wordt bovendien vaak geprikt in afwezigheid van de ouders. Er wordt in die gevallen geprikt zonder toestemming van de ouders. Zij krijgen daardoor uiteraard ook niet de kans bezwaar te maken tegen het nader gebruik.

Conclusie

De langdurige opslag en het beheer van het hielprikbloed, alsmede het wetenschappelijk onderzoek dat op het bloed is verricht, zijn in strijd met de wet persoonsregistraties, de WGBO en het Burgerlijk Wetboek. Dit wordt erkend door minister Borst. De ouders zijn niet voldoende in staat zijn gesteld bezwaar te maken tegen opslag en gebruik van het bloed. Stichting LMI dringt mede daarom aan op vernietiging van het tot nu toe opgeslagen bloed, tenzij de ouders alsnog schriftelijk toestemming geven voor opslag en gebruik van dit materiaal. In principe geldt: opgeslagen lichaamsmateriaal van kinderen mag alleen worden gebruikt voor onderzoeksdoeleinden waarvoor de ouders/verzorgenden schriftelijk toestemming hebben gegeven. Dit betekent dat de onderzoeksdoelen in een bindend protocol moeten worden vastgelegd. Er dient verder een openbaar overzicht te komen van de tot nu toe verrichte onderzoeken.

Samenvatting


Minister erkent onwettigheid bloedarchief, maar onderneemt geen actie

De manier waarop het bloedarchief van het RIVM tot stand is gekomen, is in strijd met de wet. Dat erkent minister Borst in een schrijven aan de Kamer. Toch hoeft het bloedarchief volgens haar niet te worden vernietigd omdat dit lopend wetenschappelijk onderzoek in gevaar zou brengen. Ook is de minister niet bereid de ouders persoonlijk te informeren over het bestaan van het bloedarchief omdat dit een kleine miljoen gulden zou gaan kosten. Wel wordt het bloed aan een uitsterste opslagtermijn gebonden: het mag niet langer dan vijf jaar bewaard en gebruikt worden. Toezicht op de vernietiging wordt overgelaten aan de Inspectie voor de Volksgezond.
Stichting LMI stelt zich op het standpunt dat:

  • ouders informatie wordt onthouden over de opslag en het gebruik van het bloed van hun kinderen,

  • het argument dat wetenschappelijk onderzoek vertraging oploopt niet geldig is aangezien het onderzoek vanaf het begin in strijd met de wet is geweest,

  • kosten voor de wetsovertreder nooit een argument mogen zijn om wetsovertreding ongestraft te laten.

  • de Inspectie van de Volksgezondheid geen aannemelijke toezichthouder is omdat deze sinds 1994 op de hoogte is geweest van het bestaan van het bloedarchief en niet tijdig heeft ingegrepen.


Ouders nog altijd onwetend over bloedopslag

Verreweg de meeste ouders zijn niet op de hoogte van het feit dat bloed van hun kinderen wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Dat blijkt uit een enquête onder 270 bezoekers van www.babyopkomst.nl. Minister Borst stelde onlangs in haar schrijven aan de Tweede Kamer dat de ouders voldoende op de hoogte zijn en verdere voorlichting niet nodig is.

Naar het begin

 

Blijf op de hoogte
Meld u aan voor onze e-mailkrant


Eerdere berichtgeving
over de ontdekking van het
bloedarchief:
NRCde Volkskrant, Het Parool

Hielprik-enquête

Wilt u dat het opgeslagen bloed van (uw) kind(eren) wordt vernietigd? 

Ja 

Nee 

Weet niet/  
heb geen mening


Stemming tot nu toe 


De andere kant van de zaak

Het eerste persbericht van het RIVM. 

Reactie van het RIVM op het rapport van de Registratiekamer


Overige links
met betrekking tot het bloedarchief RIVM


Wat kunt u doen?

* Steun de handtekeningenactie van Digital Babycare.

* Bekijk de voorbeeldbrief waarmee u kunt vragen om vernietiging of teruggave van het bloed van uw kind.

* Geef uw mening over de affaire hielprik in de discussiegroep

* Stuur een brief naar Den Haag


Stichting LMI (voorheen Comité Hielprik) in de media

Commentaar in het NOS-Journaal van 23 augustus (20.00 uur).

Opiniestuk in de Volkskrant van 2 september 2000

Commentaar in Natuur & Techniek

Column in Filosofie Magazine

Opiniestuk in Trouw van 20 september.

Interview op radio 2 op 20 september

Column in Netkwesties


Het antwoord van de GG & GD op vragen van een bezorgde ouder.